|
Doe mij maar een gameconsole
Stapelblokken in vrolijke kleuren. Sprekende laptops, robots, puzzels, dvd's. Make-up koffers en games. Ja, zelfs winkelkeukens en experimenteerhuizen. De feestdagen zijn in aantocht. Begin oktober vielen de eerste speelgoedboeken op de deurmat. Dit jaar in extra dik formaat. Tijdens het doorbladeren kreeg ik ineens een onbedwingbare behoefte om een gameconsole te kopen. Ik wilde weten waarom jong en oud zo verslingerd kon raken aan zo'n ding. In een impuls fietste ik naar de speelgoedzaak om mijn wens te vervullen. Toch bleek dat moeilijker dan gedacht.
Bij binnenkomst trof ik een verlaten winkel. Ik neuzelde wat rond bij de games en ontdekte achter in het pand een groepje medewerkers, dat schichtig mijn kant uitkeek. Ik informeerde of een van hen even tijd had. Ze keken elkaar aan en tosten met hun ogen wie de pineut was. De kleinste van de drie werd het en zij sjokte als een oververmoeide bejaarde op mij af. "Weet u misschien waar de MI2 spelcomputers staan?" Met een verslagen blik keek ze mij aan en antwoordde: "Ik weet het niet, mevrouw." Ik voelde hoe een leger venijnige torretjes in mijn maagwand priemde; de gedachte dat ik zonder gameconsole thuis zou komen, had ze gealarmeerd. Verbeten zocht ik verder en vond uiteindelijk de spelcomputer. Met mijn handen stijf om de verpakking geklemd, keek ik triomfantelijk in de niets ziende ogen van de employee. "Weet u misschien het verschil tussen de MI2 en de Nintendo DS? " vroeg ik haar hoopvol. "Ik zou het niet weten," antwoordde zij schouderophalend. De uitzonderlijk goede vakkennis bleek structureel bij dit speelgoedpersoneel. Daar kwam ik achter toen ik bij de kassa stond en mijn blik op een middelbare dame viel, die iets zocht op de poppenafdeling. "Kunt u mij zeggen waar de Barbie kledingkasten staan?" informeerde zij bij een medewerkster die iets verderop met afhangende schouders geparkeerd stond naast een schap. Het wezen staarde haar schaapachtig aan. "Geen idee, mefrouw, dat moet u mij niet vragen. Naaaaanda. Weet jij waar die magische klerekast van Barbie staat?" "Ik zou het niet weten, meid." "Weet u dan wél of dit bouwpakket inclusief lijm is?" probeerde een jongeman bij nijvere Nanda. Dat had hij beter niet kunnen vragen. Natuurlijk wist ze het niet. Waarom zou ze ook? De knaap zette zijn wens terug en taaide schouderophalend af. De mevrouw zocht onverschrokken door. De ik-weet-het-niet-cultuur bij de speelgoeddetaillist liet mij niet los. Een bezoekje aan de vacaturepagina van de toko gaf mij meer duidelijkheid. Verkoopmedewerkers moeten bij de speelgoedbons aan wel heel vreemdsoortige eisen voldoen. Zo moeten zij de ambitie bezitten om gek van speelgoed te worden, de producten goed uit elkaar kunnen houden en daarnaast vlot en energiek zijn. Het bedrijf maakt er in zijn vacatures geen geheim van dat het zich kenmerkt door een prettige werksfeer. Een slimme jongen dus, deze speelgoedgigant. Eerst lokt hij sollicitanten naar zijn speelgoedparadijs met het verzinsel dat werken tussen speelgoed een droombaan is. Vervolgens laat hij de nietsvermoedende reflectanten tijdens een training kennismaken met zijn speeltjes, tot ze murw en hoteldebotel zijn. Na een week verlaten ze als afgepeigerde honden zijn speelgoedacademie, terwijl hij ze bij het afscheid nog inpepert, dat het beter is om je uit de voeten te maken als een klant de winkel betreedt. Zo kunnen ze je nooit betichten van opdringerigheid. Tja, als toyspecialist moet je nou eenmaal strakke regels hanteren voor je personeel; de chaos is immers niet te overzien als jouw loonslaven weten hoe de producten werken, want dan wordt er gespeeld in plaats van gewerkt. Naast de kassa stond een bord met de tekst: Binnenkort te downloaden voor de MI2: 'Mens erger je niet'. Als ik die gameconsoles was, zou ik me ook ergeren.
Auteur: Kiki Koning 14-11-2010 |





