|
Hoe milieuvriendelijk waren vlekkenmiddelen een eeuw geleden?
Vroeger bezat de huisvrouw een schatkamer vol recepten om vlekverwijderaars te bereiden. Deze formules ontstonden in de loop der eeuwen door experimenteren en gingen van generatie op generatie. De middeltjes waren simpel en lagen binnen handbereik van iedereen. Ook in deze eeuw raadplegen de jongere generaties soms de ouderen, wanneer een modern vlekkenmiddel niet voldoet of als zij rekening willen houden met het milieu.
De reinigingsmiddelen van vroeger wekken de indruk milieuvriendelijk te zijn. Om vlekken uit bijvoorbeeld kleding, meubelen of vloeren te verwijderen, of om zilver of glas te reinigen, gebruikten onze voorouders eenvoudige producten als: brood, citroensap, aardappelmeel, zeep, aarde en eidooier. Afhankelijk van de soort vlek en de ondergrond gebruikten zij deze producten puur of met andere grondstoffen vermengd. Daarnaast maakten de huisvrouwen in die tijd graag gebruik van allerlei logen zoals potas. Potas kreeg je door houtas in water op te lossen en de gefilterde oplossing in te dampen. Het oplosbare zout dat overbleef, heet potas en was een effectief middel om vlekken van zuren te verwijderen. Naast het gebruik van ossengalzeep, werkten onze stamouders ook met geoxideerd zout in verdunde vorm. En laat ik de rol van brandewijn in die tijd niet vergeten. Dit goedje werd niet alleen graag gedronken, maar was ook populair als hars- teer- en vernisvlekkenverwijderaar. En had je eens een roestvlek in je zondagse jurk, dan bracht zuringzout uitkomst. Daar staat tegenover dat onze hedendaagse ontvlekkingsmiddelen kunstmatig chemisch zijn van samenstelling en in fabrieken gemaakt worden. Tegen elke vlek bestaat wel een middel om de boosdoener te verdrijven. Hoewel de vlekkenmiddelen in die tijd prima voldeden, namen onze voorouders in de negentiende eeuw ook hun toevlucht tot chemische vlekkenverdrijvers. In vergelijking met het buitenland stond de Nederlandse chemische industrie toen op een laag peil. Zo einde 1800 kwam de industrialisatie voorzichtig op gang. De fabrieken maakten enkel traditionele chemicaliën als zwavel- en salpeterzuur, zeep en stijfsel. Pas in de twintigste eeuw kwam er vaart in deze nieuwe fabricageprocessen en begon het tijdperk van de chemische industrie definitief. De economie had indertijd weinig voordeel van oma's vlekkenverwijderaars. Naarmate de wetenschap zich echter verder ontwikkelde, kwamen er steeds meer synthetische weefsels en kunststofproducten op de markt met daarbij steeds meer chemische vlekkenreinigers. Thans vormt de fabricage van deze middelen een belangrijk onderdeel van onze economie.
De kosten van ontvlekkingsmiddelen lagen vroeger naar verhouding lager. De gebruikte grondstoffen waren goedkoop, maar omdat de vlekkenverwijderaars niet allemaal eenvoudig van samenstelling waren, kostte de vervaardiging van zo'n middel de huisvrouw wel veel tijd. De komst van de chemische middelen, betekende een hogere kostenpost voor de huisvrouw en door de enorme verscheidenheid aan materialen, puilen onze aanrechtkastjes tegenwoordig letterlijk uit, want elke vlek verlangt een andere tube of flacon.
Auteur: Kiki Koning 19-09-2010 |





